Er zit opnieuw vis in onze rivieren. De Demer schuimt niet meer, de Zenne zal niet lang meer stinken. Het gaat dus goed met onze rivieren?… Neen dus, het gaat bijzonder slecht. Er wordt gegoocheld met cijfers en deelaspecten, we krijgen de indruk dat enorme stappen vooruit worden gezet, maar het blijft aanmodderen. Fundamentele keuzes vanuit een visie op lange termijn durven onze regeringen niet maken.
Het jaarrapport van de VMM stelt het klaar en duidelijk: “In Vlaanderen is er zeer weinig oppervlaktewater waar de fysisch-chemische waterkwaliteit goed is” Slechts 30% van onze rivieren heeft een goede biologische basiskwaliteit. Dat is ronduit slecht. Als natuurdocumentairemaker ben ik de meeste rivieren van bron tot monding afgevaren. En kon ik met eigen ogen zien hoe moeilijk onze rivieren het hebben. Van bij de bron al. Enkel het bronwater van de Dijle is drinkbaar, het vrijwel volledige debiet van de Dijle wordt dan ook afgetapt als drinkwater voor de stad Nijvel. De Zenne is van bij de start een riool. Van de Demerbron mag je absoluut niet drinken: té veel nitrieten, nitraten en chemische afvalstoffen uit de landbouw,… en zo kunnen we bron per bron als zwaar vervuild afvoeren.
Nochtans is water schaars, en wij, blijven er mee morsen. Onze rechtgetrokken rivieren hebben vrijwel geen zelfreinigend vermogen meer, ze moeten opnieuw vrij kunnen meanderen op zoveel mogelijk plaatsen. Ook de kwaliteit van de waterbodems is slechter dan ondermaats. Na 10 jaar meten is er bijna geen verbetering. De Demer zit wel in de top 5 van de minst vervuilde waterbodems, en net die rivier wil Tessenderlo chemie afvalwater lozen. Afval hoort niet thuis in onze rivieren. Elke rivier zou zwemwaterkwaliteit moeten hebben, meer nog: drinkwaterkwaliteit.
Maar, we staan aan de Grote Gete, een rivier met een matige waterkwaliteit. Eén van de betere rivieren dus, Vissers hebben prachtige paaiplaatsen aangelegd, en die blijken het niet slecht te doen. (Een natuurlijke rivier heeft vanzelf paaiplaatsen) Maar, die paaiplaatsen zijn bijzonder kwetsbaar, één vervuiling-piek, en alles is om ‘zeep’. En, al lijkt de Gete het zo goed te doen, de realiteit is anders. De Gete scoort ondermaats in de ‘palingtest’.
PCB-concentraties: 3 keer de consumptienorm. Oneetbare vis dus. Eén troost: daarmee scoort de Gete zoals de gemiddelde Vlaamse rivier.
Kwik: De Grote Gete staat op de 10de plaats van meest vervuilde kwik-locaties in Vlaanderen.
Selenium: Op de negende plaats
Conclusie:
Ook de schijnbaar propere rivieren (matige kwaliteit wordt al als proper beschouwd) doen het nog altijd slecht. En er is geen zicht op verbetering, want onze overheden denken dat de operatie nu al geslaagd is. Maar in 2015 halen we de Europese waterkwaliteitsnormen niet!
De Gete is niet drinkbaar, de vissen hier zijn niet eetbaar en de rivier heeft geen zwemwaterkwaliteit. Dat vinden we ongehoord, en daarom zwemmen we nu. Uit protest tegen de slechte toestand van zelfs proper gewaande rivieren.
Peter Lombaert
0478 369 367

in de Gete, na de ‘Big Jump’
Bernadette en ik aan de Gete

